Na de Tweede Wereldoorlog zijn diverse bataljons van de Stoottroepen ingezet in het voormalig Nederlands Indië. In 1962 werd het 41ste Infanteriebataljon Regiment Stoot-troepen uitgezonden naar Nieuw-Guinea.
Vanaf 1963 maakten de Stoottroepen als 41 Pantserinfanterie-bataljon deel uit van o.a. 11 Pantserinfanteriebrigade en 43 Gemechaniseerde Brigade. Ook de Stafcompagnie van 41 Pantserbrigade in Seedorf (Duitsland) waren Stoters, evenals het KL-deel van de toenmalige Groep Lichte Vliegtuigen.
In 1995 is het Regiment van pantserinfanterie naar Luchtmobiel overgegaan onder de naam 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel en 11 Mortiercompagnie "Margriet" Luchtmobiele brigade.
Het bataljon heeft twee maal gediend in Bosnië (UNPROFOR en SFOR 7).
11 Mortiercompagnie is eenmaal als gehele compagnie ingezet in Bosnië (IFOR2). En delen van 11 Mortiercompagnie, veelal van pelotonsgrootte, hebben nadien nog twee maal in Bosnië gediend. Delen van het Regiment en bataljon hebben o.a. gediend in Kosovo, Cyprus, Afghanistan (ISAF-I), Irak (SFIR 4 en 5), Congo en recent wederom diverse rotaties in Afghanistan (Uruzgan). In eigen land hebben de Stoottroepen o.a. steun verleend tijdens de Watersnoodramp in 1953, bij de watersnood in Noord-Nederland in december 1998 en bij de varkens-pestcrisis en de MKZ-crisis in 2001, waarbij aan de grens de douane werd gesteund bij het controleren van het (goederen)verkeer.